zwemvereniging Zwem- en polovereniging De Aalscholver, Almere

Spelregels

EK waterpolo

De EK waterpolo wordt van 16 t/m 29 januari 2012 in Eindhoven gehouden. In de flyer staat meer informatie. Indien u tickets wilt bestellen (korting voor KNZB leden) dan kan dat via de bovenstaande banner.

Het speelveld

Afmetingen speelveld

Omdat waterpolo in het water wordt gespeeld, kunnen we geen lijnen trekken. Op een voetbalveld of bij sporten in een sporthal, is dit wel mogelijk. Als gevolg hiervan zijn er bij waterpolo lijnen geen echte, maar denkbeeldige lijnen.

Denkbeeldige lijnen

veld.gif

Een denkbeeldige lijn is een lijn die je in gedachten tussen twee punten trekt. Bij waterpolo zijn nl. op de zijlijnen blokjes en op de bassinrand strepen aangebracht. Tussen deze blokjes of strepen moet je dan een lijn denken.

De lijnen

Vier lijnen omzomen het speelveld, nl. 2 zijlijnen en 2 achterlijnen, die ook wel doellijnen worden genoemd. In veel zwembaden worden ofwel de zijlijnen ofwel de achterlijnen door de kant gevormd.
Door middel van twee blokjes of strepen worden de volgende lijnen aangeven:

  • de doellijn
  • de 2-meterlijn
  • de 4-meterlijn
  • de middenlijn

De zij- en achterlijnen begrenzen het speelveld. Als een bal over de zijlijn gaat, volgt een vrije bal. Als een bal over de achterlijn gaat volgt er òf een hoekworp (te nemen op de 2-meterlijn) òf een vrije bal voor de keeper.

Binnen de 2-meterlijn en het doel mag je als aanvaller nooit liggen zonder in het bezit te zijn van de bal.

Op de 4-meterlijn worden de strafworpen genomen.

De bal werpen

Bij sportprogramma's hoor je de verslaggevers vaak praten over "een mooie voorzet van …", "op goed aangeven van …", "na een prima pass van …" of "… scoort na een assist van …".
Deze verslaggevers noemen niet alleen degene die het doelpunt maakt, maar ook degene die de beslissende voorzet aan de doelpuntenmaker gaf, omdat zij weten dat het op het juiste moment en op de juiste plaats aangeven van de bal erg belangrijk, maar ook erg moeilijk is.
Een bal snel en nauwkeurig passen, terwijl er aan alle kanten verdedigers om je heen zijn, vereist veel oefening. Om het goed werpen van een bal te kunnen oefenen, moet je eerst weten hoe je een worp het beste uit kunt voeren (de techniek). Er zijn echter meerdere manieren om een bal te werpen.
De techniek van werpen die je kiest, is afhankelijk van:

  • de afstand die je wilt gooien
  • de opstelling van de verdedigers
  • het bewegen c.q. stilliggen van degene waar je naar speelt.
vangen.gif

Een korte bal

Als je naar iemand wilt gooien die vlak bij je ligt (1-3 meter) zul je niet in hoeven draaien, omdat het schot niet veel kracht kost. Je kunt de bal boven je hoofd houden en alleen met je arm (schouder, elleboog, pols, vingers) plaatsen. Een goedgeplaatste bal naar een medespeler moet 30 - 50 cm boven de schouder van de vangarm geworpen worden.

Het wegwerpen

Wanneer je een bal verder wilt gooien dan zul je dat met alleen het strekken van je arm niet halen; dan moet je indraaien.

gooi1.gif gooi2.gif gooi3.gif

Als je de bal naast je hoofd hebt, draai je je schouder van de arm waarmee je niet gooit naar voren.
Door dit draaien kun je de bal straks verder gooien. Je kunt dit indraaien vergelijken met het spannen van een boog. Als je nu de bal met je rechterhand wilt werpen, begin je je linkerschouder naar achteren en je rechterschouder naar voren te draaien.
Als je rechterschouder helemaal voor is breng je je rechterarm van achter je hoofd naar voren en op het laatste moment klap je je pols om.
De bal krijgt dus vooral snelheid door het draaien van het lichaam en het omklappen van je pols. Wanneer je niet ver hoeft te werpen is het in- en uitdraaien natuurlijk niet nodig.

Een strakke bal

Wanneer je een bal snel wilt plaatsen moet je een strakke bal (een bal zonder boog) geven. Dit kan tussen 3 tot 6 meter.
Als je nog verder wilt plaatsen zal de bal weer met een boog gaan. Het is belangrijk dat je, wanneer de bal de hand verlaat, de bal met je vingers nawijst om precies de richting te bepalen.

boog.gif

Werpen met een boog

Als er een verdediger tussen jou en je medespeler ligt, zul je de bal met een boog moeten gooien. Die boog moet zo zijn dat de verdediger niet aan de bal kan en je medespeler de bal goed kan vangen.

Werpen met inzicht

Wanneer je een bal op een zwemmende speler moet plaatsen zijn er twee zaken waar je rekening mee moet houden:

  1. de snelheid waarmee deze speler zwemt. Je houdt met zijn snelheid rekening door de bal op enige afstand voor de speler te plaatsen.
  2. de zwemrichting is belangrijk. Zwemt hij naar je toe of van je af? Gaat hij naar links of naar rechts?

Het is belangrijk dat je eerst de technieken van het gooien over diverse afstanden goed beheerst. Oefen net zolang tot de bal precies terecht komt op de plaats waar jij hem wilt hebben. Als dat goed gaat, kun je met bewegende medespelers en tegenstanders oefenen. Tot slot is het goed om te weten dat je een bal op verschillende manieren (met verschillende technieken) kunt plaatsen.


sitemap-20090818.gif © Zwem- en polovereniging De Aalscholver laatste update 29 januari 2012