zwemvereniging Zwemsportvereniging De Aalscholver, Almere

AANGEPASTE DATUM: Algemene Ledenvergadering 6 december 2018

De Algemene Ledenvergadering zal op 6 december 2018 in het zwembad in Almere Poort plaatsvinden. Een ingezonden stuk van de zwemcommissie inzake de begroting en de toelichting van het bestuur op deze begroting zijn zojuist geplaatst bij Formele documenten

Spelregels en techniek

Afsluiting Poortdreef

Vanaf 10 september tot half maart 2019 wordt gewerkt aan de Poortdreef. Er zijn diverse omleidingen voor zowel autoverkeer als voor de fietsers. In Wat en waarom Poortdreef staan de diverse omleidingen.

Wedstrijddata

De wedstrijddata voor het seizoen 2018/2019 staan in de wedstrijdkalender.

Rob van Meeteren overleden

Klik hier voor meer informatie.

Het speelveld

Afmetingen speelveld

Waterpolo is een sport die beoefend wordt in een zwembad waarvan de afmetingen van het speelveld bij de heren 20 meter breed is en maximaal 30 meter lang. Bij de vrouwen zijn de veldmaten 20 meter breed en maximaal 25 meter lang.
Het bad heeft een minimale diepte van 1,80m. Aan weerskanten van het speelveld liggen 2 doelen van 3 meter breed en 0,9 meter hoog.

Denkbeeldige lijnen

Omdat waterpolo in het water wordt gespeeld, kunnen we geen lijnen trekken. Op een voetbalveld of bij sporten in een sporthal, is dit wel mogelijk. Als gevolg hiervan zijn er bij waterpolo lijnen geen echte, maar denkbeeldige lijnen.

veld.gif

Een denkbeeldige lijn is een lijn die je in gedachten tussen twee punten trekt. Bij waterpolo zijn namelijk op de zijlijnen blokjes en op de bassinrand strepen aangebracht. Tussen deze blokjes of strepen moet je dan een lijn denken.

De lijnen

Vier lijnen omzomen het speelveld: 2 zijlijnen en 2 achterlijnen, die ook wel doellijnen worden genoemd. In veel zwembaden worden ofwel de zijlijnen ofwel de achterlijnen door de kant gevormd.
Door middel van twee blokjes of strepen worden de volgende lijnen aangeven:

  • de doellijn
  • de 2-meterlijn
  • de 5-meterlijn
  • de middenlijn

De zij- en achterlijnen begrenzen het speelveld. Als een bal over de zijlijn gaat, volgt een vrije bal. Als een bal over de achterlijn gaat volgt er òf een hoekworp (te nemen op de 2-meterlijn) òf een vrije bal voor de keeper.

Binnen de 2-meterlijn en het doel mag je als aanvaller nooit liggen zonder in het bezit te zijn van de bal.

Op de 5-meterlijn worden de strafworpen genomen.

Regels en straffen

Algemene regels

Waterpolo wordt gespeeld met een bal die ongeveer hetzelfde formaat heeft als een voetbal alleen heeft de bal heel veel grip waardoor hij gemakkelijk met 1 hand vast te houden is.
Tijdens de wedstrijd zijn er van beide teams 7 spelers in het bad waarvan 6 veldspelers en 1 keeper.

Tijden

Een waterpolo wedstrijd bestaat uit 4 periodes van 5 minuten.
De aanvallende ploeg heeft tijdens het balbezit 30 seconden om een schot op het doel te lossen. Als dit niet gebeurt gaat de bal naar de tegenpartij. Mocht er tijdens de 30 seconden wel een schot zijn gelost maar de bal blijft in eigen bezit, dan krijgt men opnieuw 30 seconden.

Vrije worpen

Als de bal door een veldspeler met 2 handen wordt vastgepakt krijgt de tegenpartij een vrije worp.
Ook als de speler die de bal krijgt op de bodem staat of zich van de bodem afzet krijgt de tegenpartij een vrije worp.
Een vrije worp mag in 1 keer op het doel worden geschoten behalve als de vrije worp zich binnen het 5 meter gebied van de tegenpartij bevindt.

U20 straf

Wanneer een speler een tegenspeler vasthoudt of de bal weggooit na het fluitsignaal wordt die bestraft met een U20.
Een U20 betekent dat de speler naar de hoek van het bad bij de eigen achterlijn moet zwemmen en daar 20 seconden moet blijven wachten tot de speler een teken van de scheidsrechter krijgt dat hij weer mee mag doen. Wanneer het eigen team binnen de 20 seconden in balbezit is gekomen mag de speler op teken van de scheidsrechter eerder de wedstrijd hervatten (als de speler de hoek nog niet heeft bereikt moet die eerst naar de hoek zwemmen voordat hij weer aan de wedstrijd deel mag nemen).
Als een U20 binnen het 5-meter gebied wordt begaan volgt een 5-meter bal. Dit is een strafworp van 5-meter.
Als een speler 3 keer een U20 heeft gekregen mag de speler niet meer meedoen en moet die worden vervangen.

UMV straf

Als een speler een scheidsrechter beledigd of een slaande beweging maakt volgt een UMV (Uitsluiting Met Vervanging) of een UMV4. Aan de hand van de ernst van de overtreding wordt bepaald of het een UMV of UMV4 wordt.
Bij een UMV moet de desbetreffende speler na de 20 seconden tijdstraf vervangen worden en moet die speler de zwemhal verlaten.
Bij een UMV4 moet het team van de bestrafte speler 4 minuten met een man minder spelen alvorens die speler vervangen mag worden. Bij een UMV4 volgt altijd een 5-meter bal.

Techniek

De bal werpen

Bij sportprogramma's hoor je de verslaggevers vaak praten over "een mooie voorzet van …", "op goed aangeven van …", "na een prima pass van …" of "… scoort na een assist van …".
Deze verslaggevers noemen niet alleen degene die het doelpunt maakt, maar ook degene die de beslissende voorzet aan de doelpuntenmaker gaf, omdat zij weten dat het op het juiste moment en op de juiste plaats aangeven van de bal erg belangrijk, maar ook erg moeilijk is.
Een bal snel en nauwkeurig passen, terwijl er aan alle kanten verdedigers om je heen zijn, vereist veel oefening. Om het goed werpen van een bal te kunnen oefenen, moet je eerst weten hoe je een worp het beste uit kunt voeren (de techniek). Er zijn echter meerdere manieren om een bal te werpen.
De techniek van werpen die je kiest, is afhankelijk van:

  • de afstand die je wilt gooien
  • de opstelling van de verdedigers
  • het bewegen c.q. stilliggen van degene waar je naar speelt.
vangen.gif

Een korte bal

Als je naar iemand wilt gooien die vlak bij je ligt (1-3 meter) zul je niet in hoeven draaien, omdat het schot niet veel kracht kost. Je kunt de bal boven je hoofd houden en alleen met je arm (schouder, elleboog, pols, vingers) plaatsen. Een goedgeplaatste bal naar een medespeler moet 30 - 50 cm boven de schouder van de vangarm geworpen worden.

Het wegwerpen

Wanneer je een bal verder wilt gooien dan zul je dat met alleen het strekken van je arm niet halen; dan moet je indraaien.

gooi1.gif gooi2.gif gooi3.gif

Als je de bal naast je hoofd hebt, draai je je schouder van de arm waarmee je niet gooit naar voren.
Door dit draaien kun je de bal straks verder gooien. Je kunt dit indraaien vergelijken met het spannen van een boog. Als je nu de bal met je rechterhand wilt werpen, begin je je linkerschouder naar achteren en je rechterschouder naar voren te draaien.
Als je rechterschouder helemaal voor is breng je je rechterarm van achter je hoofd naar voren en op het laatste moment klap je je pols om.
De bal krijgt dus vooral snelheid door het draaien van het lichaam en het omklappen van je pols. Wanneer je niet ver hoeft te werpen is het in- en uitdraaien natuurlijk niet nodig.

Een strakke bal

Wanneer je een bal snel wilt plaatsen moet je een strakke bal (een bal zonder boog) geven. Dit kan tussen 3 tot 6 meter.
Als je nog verder wilt plaatsen zal de bal weer met een boog gaan. Het is belangrijk dat je, wanneer de bal de hand verlaat, de bal met je vingers nawijst om precies de richting te bepalen.

boog.gif

Werpen met een boog

Als er een verdediger tussen jou en je medespeler ligt, zul je de bal met een boog moeten gooien. Die boog moet zo zijn dat de verdediger niet aan de bal kan en je medespeler de bal goed kan vangen.

Werpen met inzicht

Wanneer je een bal op een zwemmende speler moet plaatsen zijn er twee zaken waar je rekening mee moet houden:

  1. de snelheid waarmee deze speler zwemt. Je houdt met zijn snelheid rekening door de bal op enige afstand voor de speler te plaatsen.
  2. de zwemrichting is belangrijk. Zwemt hij naar je toe of van je af? Gaat hij naar links of naar rechts?

Het is belangrijk dat je eerst de technieken van het gooien over diverse afstanden goed beheerst. Oefen net zolang tot de bal precies terecht komt op de plaats waar jij hem wilt hebben. Als dat goed gaat, kun je met bewegende medespelers en tegenstanders oefenen. Tot slot is het goed om te weten dat je een bal op verschillende manieren (met verschillende technieken) kunt plaatsen.


sitemap-20090818.gif © Zwemsportvereniging De Aalscholver laatste update 11 september 2016